|

Geschiedenis
De geschiedenis van het bronwater in Europa begint bij de Romeinen. Een gemiddelde Romein gebruikte zo'n zevenhonderd liter water per dag! Het grote belang van de Romeinen voor de huidige watercultuur schuilt vooral in het feit dat zij de vaak warme, koolzuurrijke bronnen in hun Europese legerplaatsen zijn gaan exploiteren. Zij ontdekten talrijke bronnen en bouwden hun steden in de buurt van een bron, om zo altijd vers drinkwater tot hun beschikking te hebben.
In de 17de eeuw werd voor het eerst begonnen bronwater te 'bottelen' en te versturen. Er ontstond een levendige handel. Zo werden bijvoorbeeld in 1778 één miljoen kruiken Selters verkocht. Het belang van bronwater nam nog verder toe in de 18de eeuw. Rond deze periode kwam men erachter dat de mineralen samenstelling van het water per bron sterk verschilde. Zo verklaarde men de heilzame werking ervan, al wist men toen nog lang niet wat de verschillende mineralen precies deden.
In de 19de en twintigste eeuw was men geleidelijk aan in staat de werking van de verschillende mineralen precies te definiëren. Het was mogelijk om kwalen zeer gericht te behandelen en zo ontstonden vele kuuroorden. Dat versterkte de populariteit van bronwater.
De laatste decennia is de bronwatermarkt in een stroomversnelling terecht gekomen. Hoewel Nederland traditioneel geen watercultuur kent, groeit ook in Nederland de bronwaterconsumptie snel.
|

|
|